Eén van de onderwerpen waar tijdens een echtscheiding afspraken over gemaakt moet worden, is de partneralimentatie. Heeft de ene echtgenoot behoefte aan alimentatie en kan de andere echtgenoot dit ook betalen (draagkracht) dan is die laatste op grond van de wet in principe verplicht om een bijdrage te betalen. Partijen kunnen daar ten tijde van de echtscheiding samen afwijkende afspraken over maken. Zo kunnen zij bijvoorbeeld afspreken dat zij over en weer afzien van het recht op partneralimentatie (nihilbeding).

Het komt wel eens voor dat aanstaande echtgenoten al vóór het huwelijk een dergelijk nihilbeding overeenkomen. Ze leggen dat dan vast in hun huwelijkse voorwaarden. Concreet houdt dat in dat zij afspreken dat -mocht het huwelijk ooit eindigen in een echtscheiding- er geen partneralimentatie betaald hoeft te worden. Hetzelfde geldt overigens ook voor geregistreerd partners, zij leggen dat dan vast in hun partnerschapsvoorwaarden.

In de rechtspraak werd er tot op heden vanuit gegaan dat zo’n nihilbeding in de huwelijkse voorwaarden in principe nietig (ongeldig) is. De wet zegt immers dat er een verplichting bestaat tot partneralimentatie. Daar kunnen partijen weliswaar van afwijken, maar slechts vóór of na de echtscheiding, zo staat in artikel 1:158 van het Burgerlijk Wetboek.

De Hoge Raad heeft in het verleden (1980 en 1996) uitgelegd wat de strekking van dit artikel is, namelijk dat er pas afspraken kunnen worden gemaakt over de partneralimentatie op het moment dat de echtscheiding aanstaande is, dus bijvoorbeeld in een echtscheidingsconvenant. Niet al op een eerder moment. Alleen in zéér uitzonderlijke gevallen kan een echtgenoot volgens de Hoge Raad aan een nihilbeding wat voor of tijdens het huwelijk is overeengekomen gehouden worden.

De afgelopen jaren is er in de literatuur een discussie ontstaan over de nietigheid van voorhuwelijkse nihilbedingen; sommige auteurs vinden dat een nihilbeding wat overeenkomen is voorafgaande of tijdens het huwelijk geldig zou moeten zijn. Daarom heeft de advocaat-generaal (A-G) p 13 mei jl. de Hoge Raad gevraagd om zich hierover uit te laten (cassatie in het belang der wet). De A-G schrijft in de conclusie dat partijen ook voorafgaand of tijdens het huwelijk de contractsvrijheid zouden moeten hebben om iets afwijkends af te spreken over de partneralimentatie, zoals zij immers ook kunnen doen over het pensioen en het huwelijksvermogensregime. Dat is volgens de A-G wat de wetgever ook voor ogen heeft gehad. Volgens de A-G heeft de rechter nog altijd de ruimte om -wanneer een van de echtgenoten zich daarop beroept en dit goed onderbouwt- het nihilbeding buiten beschouwing te laten wanneer de omstandigheden daarom vragen.

Het is nu aan de Hoge Raad om te reageren op de conclusie van de A-G. De uitspraak van de Hoge Raad wordt verwacht op 25 november 2022. Daarna zullen we weten of een nihilbeding in de huwelijkse voorwaarden tijdens de echtscheiding geldig is of niet. We houden u op de hoogte!

 

Heeft u er behoefte aan om eens te sparren over partneralimentatie die u betaalt of ontvangt? Of heeft u een andere vraag met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact met ons opnemen. Wij zijn bereikbaar op 0475-747 238 of via info@nieuw.sbc-advocaten.nl.

Blogs

Gerelateerd