Update: Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Op 17 juli 2020 schreef Silke Skrotzki een blog over de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) (zie: link) naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad van maart vorig jaar. De Hoge Raad oordeelde destijds dat soepeler moet worden gekeken of een ouder recht heeft op toepassing van de IACK als een kind bij een ouder verblijft op basis van co-ouderschap maar niet bij die ouder staat ingeschreven.
Een jaar later blijkt hoe deze versoepeling in de praktijk door de rechter wordt toegepast en vonden wij het tijd voor een update over dit onderwerp.

Grenzen
Recentelijk heeft het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch echter een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat aan die soepelere toepassing grenzen zitten. Het gerechtshof bepaalde dat de zorg niet iedere week gelijk verdeeld hoeft te worden, er mag gerekend worden met het gemiddelde aantal uren, maar het moet dan wel gaan om een duurzame verdeling.

Betreffende zaak bij het gerechtshof:
Een vader heeft met zijn ex-partner een kind. Middels een schema heeft vader aangetoond dat het kind 63 uur per week bij hem verblijft (iets meer dan 2,5 dag per week). Daarnaast zegt vader extra zorg voor het kind op zich te nemen tijdens vakanties, zodat hij daardoor gemiddeld 3 dagen per week de zorg voor het kind op zich neemt. Volgens vader dus voldoende om aanspraak te kunnen maken op de IACK.

De belastinginspecteur is van mening dat vader geen recht heeft op de IACK; daarvoor moet het minimaal 3 dagen per week (72 uur) duurzaam bij vader verblijven en dat redt vader niet.

Het gerechtshof is het met de belastinginspecteur eens. Het kind verblijft op basis van de reguliere regeling te weinig bij vader om te kunnen spreken van een duurzaam gelijke verdeling. Vader neemt weliswaar extra zorg op zich tijdens de vakanties, maar die extra uren vanwege de vakanties tellen niet mee omdat deze niet in een duurzaam ritme plaatsvinden.

Vader komt dus niet in aanmerking voor de IACK en loopt potentieel honderden euro’s per maand mis, waar in de alimentatieberekening mogelijkerwijs wél rekening mee is gehouden.

Conclusie
Bovenstaande laat nogmaals zien hoe belangrijk het is om goed stil te staan bij de reguliere zorgverdeling over de kinderen. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met de financiële gevolgen van een bepaalde regeling.

Heeft u daar hulp bij nodig en/of vragen over, of heeft u andere vragen met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact opnemen voor advies. Wij zijn bereikbaar op 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Co-ouderschap en kinderalimentatie

Fabel: bij co-ouderschap geen kinderalimentatie

Co-ouderschap

Gaan u en uw partner uit elkaar, dan zullen er afspraken gemaakt moeten worden ten aanzien van de kinderen. Op welk adres zij ingeschreven worden en wanneer zij bij welke ouder verblijven. Eén van de mogelijkheden is co-ouderschap, wat inhoudt dat de kinderen ongeveer evenveel tijd bij iedere ouder doorbrengen en dat de zorg- en opvoedtaken gelijkmatig worden verdeeld.

Vaak wordt gedacht dat er bij co-ouderschap geen kinderalimentatie betaald hoeft te worden. Dat is echter een fabel! Ook in het geval van co-ouderschap kan het zijn dat de ouder met het hoogste inkomen kinderalimentatie moet betalen aan de andere ouder. Hoe dat precies zit, leggen we u in deze blog uit.

Gelijke levensstandaard in beide huishoudens

Bij de berekening van kinderalimentatie is het uitgangspunt dat de situatie voor de kinderen zo min mogelijk verandert na de breuk tussen hun ouders. Dat betekent ook dat er in beide huishoudens genoeg financiële ruimte moet zijn om de kinderen die gelijke levensstandaard te kunnen bieden. Daarvoor heeft de ene ouder vaak de hulp nodig van de andere ouder, in de vorm van kinderalimentatie.

Hoe hoog de kinderalimentatie is, hangt uiteraard af van de situatie. Niet enkel het inkomen van beide ouders is daarvoor van belang, maar bijvoorbeeld ook de afspraken over hoe de kosten van de kinderen worden verdeeld. Beide ouders voldoen al de verblijfskosten van de kinderen wanneer zij bij hen verblijven (kosten van inwoning zoals eten, drinken en energiekosten) zodat daar genoeg budget voor zal moeten zijn. Daarnaast is ook van belang op welke wijze de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen (zoals kleding, schoolgeld, sportcontributies) worden voldaan.

Alle kosten van de kinderen worden naar rato van het inkomen (de draagkracht) van beide ouders voldaan. Hierdoor kan het zijn dat de ene ouder een bijdrage aan de ander dient te voldoen.

U kunt er ook voor kiezen om een kindrekening (gezamenlijke bankrekening) te openen om alle verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen van te kunnen voldoen. Ook daarbij geldt dat de inleg op de rekening bij co-ouderschap niet altijd gelijk is, omdat de kosten naar rato van het inkomen (de draagkracht)  van beide ouders wordt voldaan.

Het is verstandig om voor de berekening van kinderalimentatie een specialist in te schakelen. Op die manier weet u zeker dat er een eerlijk bedrag wordt afgesproken en dat geen van partijen (of de kinderen) tekort wordt gedaan.

Bent u op zoek naar een specialist om u hierbij te helpen, of heeft u hulp en/of advies nodig ten aanzien van een familie- of erfrechtkwestie, neem dan contact met ons op via 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

toestemming vakantie tijdens corona

Op vakantie tijdens de corona-crisis, wat zegt de rechter?

Bent u van plan om in de herfstvakantie met uw kinderen naar het buitenland op vakantie te gaan, lees dan onderstaande blog.

Toestemming

Als u samen met uw ex-partner het gezag over uw kind heeft, en u wilt met uw kind op vakantie dan moet uw ex-partner hier toestemming voor geven. Wil uw ex-partner geen toestemming geven, dan kunt u de rechter vragen om (vervangende) toestemming om op vakantie te mogen gaan. De rechter zal beoordelen of de buitenlandse reis in het belang is van de kinderen.

Corona-crisis
Maar hoe zit het met deze (vervangende) toestemming in combinatie met de huidige corona-crisis? Wanneer geeft een rechter toestemming om op vakantie te gaan en wanneer niet? Er zijn de afgelopen maanden verschillende uitspraken gedaan.

Een aantal van deze uitspraken zullen we (kort) bespreken om meer inzicht te scheppen hoe in de rechtspraak met dergelijke situaties wordt omgegaan.

Rechtbank Rotterdam 13 juli 2020
Pleegouders willen met twee minderjarige kinderen op autovakantie naar Frankrijk, waar ouders bezwaar tegen hebben. De rechtbank verleent vervangende toestemming, doch met de voorwaarde dat het reisadvies voor Frankrijk groen of geel blijft. Bij oranje of rood wordt geen vervangende toestemming verleend.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 augustus 2020
Moeder wil met haar minderjarige kind naar Indonesië voor familiebezoek, waarvoor oranje reisadvies geldt. Het Hof overweegt dat moeder aannemelijk had moeten maken dat het familiebezoek noodzakelijk was, hetgeen zij heeft nagelaten. Het familiebezoek had ook op een ander moment kunnen plaatsvinden. Bovendien is het risico te groot en kan de situatie te snel omslaan, in welk geval moeder met de minderjarige vast zou komen te zitten in Indonesië. Het verzoek van moeder wordt afgewezen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10 juli 2020
Vader wil met zijn drie kinderen naar Portugal afreizen. Moeder had daar in eerste instantie toestemming voor verleend, doch wegens het corona-virus heeft zij deze toestemming op een later moment weer ingetrokken. In eerste aanleg is aan de man vervangende toestemming verleend (op dat moment gold nog geel reisadvies). Een dag later is voor de regio Lissabon het reisadvies aangepast naar oranje, met een quarantaine-advies bij terugkomst. Hoewel vader niet in oranje gebied met de kinderen zou verblijven, zou hij wel van/naar Lissabon vliegen, waardoor het Hof het verzoek van vader alsnog afwijst.

Rechtbank Overijssel 24 juli 2020
Vader verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen om met minderjarigen naar Curaçao te mogen reizen onder begeleiding van de KLM. De rechtbank wijst dat verzoek toe. Voor Curaçao geldt geen negatief reisadvies en vliegen wordt als veilig bestempeld. Bovendien hebben de kinderen hun vader door de corona-crisis al meerdere maanden niet fysiek kunnen zien waardoor het van belang is dat de kinderen tijd met hem en hun halfbroertje kunnen doorbrengen.

Rechtbank Oost-Brabant 31 juli 2020
Vader wil met zijn drie kinderen tussen de 12 en 6 jaar met het vliegtuig naar zijn woonplaats in Zwitserland reizen. Voor Zwitserland gold geen negatief reisadvies. Moeder geeft aan geen bezwaar te hebben tegen het verblijf in Zwitserland, maar wel met de reis per vliegtuig. Twee kinderen zijn astmatisch en behoren tot de risicogroep, wat te veel risico met zich mee zou brengen. De voorzieningenrechter sluit zich daarbij aan en hecht veel waarde aan het feit dat de kinderen hebben verklaard het eng te vinden om met het vliegtuig te reizen. Bovendien zou vader ook per auto naar Zwitserland kunnen reizen. Het verzoek van vader wordt afgewezen.

Rechtbank Den Haag 17 juli 2020
Vader wil met twee minderjarige kinderen op autovakantie naar Italië. Ondanks dat er geen negatief reisadvies geldt, wordt dit verzoek door de rechtbank afgewezen. Een van de kinderen valt door zijn overgewicht en verminderde conditie in de risicogroep waardoor de vakantie voor hem een onnodig risico zou zijn.

Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat in de rechtspraak over het algemeen de lijn wordt gevolgd dat bij groen en geel reisadvies wel vervangende toestemming wordt verleend, en bij oranje en rood niet. Daar zijn evenwel uitzonderingen op, bijvoorbeeld wegens verminderde gezondheid van het kind en/of vanwege de noodzakelijkheid van de reis.

Gaat u binnenkort – bijvoorbeeld in de herfstvakantie – met de kinderen op vakantie naar het buitenland? Dan raden we aan de vereiste toestemming tijdig te regelen zodat, als u er met uw ex-partner toch niet uit komt, er eventueel nog ruimte is om (alsnog) de gang naar de rechter te maken.

Heeft u daar hulp en/of advies bij nodig, of heeft u andere vragen met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact opnemen via 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Blog inkomensafhankelijke combinatiekorting bij co-ouderschap

Inkomensafhankelijke combinatiekorting bij co-ouderschap

Uitspraak Hoge Raad: IACK bij co-ouderschap wordt soepeler toegepast. Beide ouders vaker recht op inkomensafhankelijk combinatiekorting bij co-ouderschap.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is een heffingskorting waar u als werkende alleenstaande ouder of minstverdienende partner aanspraak op kunt maken wanneer u de zorg heeft over een kind van jonger dan 12 jaar. Ook wanneer uw kind bij u verblijft op basis van een co-ouderschapsregeling, maar niet bij u staat ingeschreven, kunt u mogelijk aanspraak maken op de IACK. Voorheen gold hiervoor een strikte maatstaf: beide ouders moesten de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen. Hieraan werd voldaan als een kind ten minste 3 tot 3,5 halve dag per week verblijft bij ieder van de ouders verbleef. Een recente uitspraak van de Hoge Raad brengt daar echter verandering in.

Verdeling van de zorg
Een man wendde zich tot de rechtbank en daarna ook tot het gerechtshof met de volgende kwestie. Hij was met zijn ex-partner een zorgregeling overeengekomen waarbij zijn dochter op basis van een tweewekelijks schema afwisselend bij hem en haar moeder verbleef, maar bij haar moeder stond ingeschreven. In de ene week verbleef zijn dochter 5 dagen bij hem, maar in de andere week slechts één dag. De man vroeg in zijn belastingaangifte om toepassing van de IACK, maar dat werd hem door de inspecteur geweigerd. In de tweede week verbleef zijn dochter immers maar één dag bij hem en dat voldeed volgens de inspecteur niet aan de eis van ‘doorgaans 3 dagen per week.

Hoge Raad
Uiteindelijk stelde de man cassatie in bij de Hoge Raad. Bij uitspraak van 13 maart 2020 oordeelde de Hoge Raad dat de IACK bij co-ouderschap soepeler moet worden toegepast. De zorgregeling van de man voldeed aan de eis dat beide ouders de zorg voor de dochter gelijk verdeelden; gerekend over twee weken hadden zij immers ieder 7 dagen de zorg over de dochter. De vader heeft daarmee recht op de IACK.

Conclusie
Heeft u met uw ex-partner een co-ouderschapsregeling waarbij de zorg niet per week precies 50/50 verdeeld wordt, maar gemiddeld gezien verblijft uw kind wel de helft van de tijd bij u, waardoor de zorg alsnog gelijkelijk wordt verdeeld? Dan kunt u recht hebben op toepassing van de IACK. Daar dient dan ook bij de berekening van de alimentatieberekening rekening mee gehouden te worden.

Wees erop bedacht dat de belastingdienst controleert of de zorgregeling voldoet aan de voorwaarden. We raden u daarom aan om de afspraken omtrent de zorgregeling goed vast te leggen, bijvoorbeeld in een ouderschapsplan, zodat ook aan de belastingdienst kan worden aangetoond wat de geldende zorgregeling is.

Heeft u hulp nodig bij het opstellen van een ouderschapsplan, of heeft u andere vragen met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact opnemen voor advies. Wij zijn bereikbaar op 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Verhuizen na je scheiding?