Update: partneralimentatie en samenwoning

Hoe bewijst u dat uw ex samenwoont?

U betaalt partneralimentatie aan uw ex-partner, maar u heeft het vermoeden dat hij of zij weer is gaan samenwonen met een nieuwe partner. Uw ex-partner ontkent dit. En dat gevoel wringt. Zeker omdat u weet dat als hij of zij daadwerkelijk weer samenwoont, u geen partneralimentatie meer hoeft te betalen.

Op 7 oktober 2019 wijdden we voor het laatst een blog aan dit onderwerp (link). Daarin omschreven we al hoe lastig het is om te bewijzen dat uw ex-partner samenwoont zeker als ze ieder nog hun eigen woning aanhouden. In veel gevallen zal uw ex-partner ontkennen samen te wonen. In dat geval ligt de bewijslast op u als alimentatiebetaler. Vanwege de vergaande gevolgen van de samenleving (de partneralimentatie stopt per direct en kan nooit meer herleven) legt de rechter de lat voor dat bewijs hoog.

Sinds mijn vorige blog is in de rechtspraak weer veel geprocedeerd over het ‘samenwonen als ware  gehuwd’. Als je deze uitspraken naast elkaar legt, is hier een duidelijke lijn in te herkennen. In deze blog leg ik uit met welke omstandigheden een rechter rekening houdt, zodat u een beter beeld heeft van welk bewijs u zult moeten verzamelen als u wilt aantonen dat uw ex-partner samenwoont.

De vereisten waaraan de rechtbank toetst

Allereerst ter herinnering de vereisten die de rechtbank toetst om te beoordelen of er sprake is van samenwoning:

(1) Uw ex-partner heeft een affectieve relatie (een nieuwe vriend of vriendin);
(2) Ze wonen duurzaam samen;
(3) Hij of zij voert een gemeenschappelijke huishouding en/of er is sprake van wederzijdse verzorging (de rechtbank legt dit uit als ‘hetzij bijdragen in de kosten van de gezamenlijke huishouding (financiële verstrengeling) hetzij op andere wijze in elkaars verzorging voorzien’)

1. Uw ex-partner heeft een affectieve relatie

U zult hard moeten kunnen maken dat uw ex-partner en zijn/haar nieuwe partner zich naar buiten toe presenteren als liefdeskoppel. Dat houdt in dat zij (bijvoorbeeld) samen naar feestjes gaan, familiaire aangelegenheden gezamenlijk bijwonen ofwel samen op vakantie gaan. Dit is onder andere terug te lezen onder punt 2.8 van de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 april 2021 (link).

Dit eerste vereiste staat vaak niet ter discussie en levert in de praktijk de minste problemen op. Of er sprake is van een affectieve relatie is in de meeste gevallen wel duidelijk en zal door de ex-partner doorgaans niet worden ontkend.

2. Er is sprake van duurzame samenwoning

Vervolgens moet worden aangetoond dat er sprake is van duurzame samenwoning. Het mag dus niet slechts gaan om een tijdelijke situatie (bijvoorbeeld tijdens een verhuizing/verbouwing of gedurende een quarantaineperiode).

Dat uw ex-partner en zijn/haar nieuwe partner veel tijd met elkaar doorbrengen en regelmatig bij elkaar overnachten is niet voldoende om aan het vereiste van de samenwoning te voldoen (link). Ook als zij dagelijks tijd met elkaar doorbrengen maar nooit samen overnachten, is er van samenwoning niet automatisch sprake (link). Er zullen aanvullende omstandigheden moeten worden aangevoerd voordat de rechtbank aanneemt dat er sprake is van duurzame samenwoning.

Voor die aanvullende omstandigheden zou u kunnen denken aan een combinatie van:

  • inschrijving op hetzelfde adres;
  • kleding laten liggen bij de ander (hetgeen bijvoorbeeld kan worden aangetoond indien hij/zij bij aankomst en vertrek uit de woning van de partner andere kleding aanheeft, terwijl ze nooit koffers of weekendtassen mee naar binnen neemt);
  • de samenwoners beschikken over de sleutel van de woning van de ander;
  • hij/zij vertrekt vanuit de woning van de partner naar het werk en keert daar na het werk ook weer terug;
  • ze ondernemen samen activiteiten, brengen feestdagen en vakanties samen door, of gaan samen naar sociale activiteiten van elkaars kinderen (sportwedstrijden, prijsuitreikingen, activiteiten op school);
  • samenwoners hebben bij beide woningen ieder een eigen fiets staan;
  • verblijf in de woning van de partner wanneer deze niet thuis is;
  • de samenwoners helpen elkaar met klussen, tuinieren, onderhoud en huishoudelijke taken, zij doen bijvoorbeeld samen boodschappen of doen aankopen voor de woning samen.

Bovengenoemde omstandigheden blijken onder andere uit de uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 mei 2021 (link) en 18 mei 2021 (link).

Van belang is om zo veel mogelijk bewijs te verzamelen waaruit blijkt dat uw ex-partner en zijn/haar nieuwe partner veel samen zijn én onder welke omstandigheden. Dat kan bijvoorbeeld door middel van social media berichten en whatsapp-gesprekken, maar is veel makkelijker aan te tonen door middel van een rechercheonderzoek.

3. Ze voeren een gemeenschappelijke huishouding en/of er is sprake van wederzijdse verzorging

Dit laatste vereiste is doorgaans het struikelblok. Als buitenstaander is het immers lastig te bewijzen of er sprake is van financiële verstrengeling (bijdragen in elkaars kosten) of wederzijdse verzorging. U hebt als derde immers geen toegang tot de rekeningen van uw ex-partner, waardoor het lastig wordt om te bewijzen dat kosten worden gedeeld.

U kunt het echter wél aannemelijk maken. Als u voldoende omstandigheden aanvoert (en waar mogelijk bewijst) waardoor u aannemelijk kunt maken dat er sprake van is, is het vervolgens aan uw ex-partner om dit tegen te spreken en te bewijzen.

In de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 mei 2021 (link) oordeelde het Hof dat de alimentatieplichtige door het aanvoeren van een aantal omstandigheden voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van financiële verstrengeling/wederzijdse verzorging. Daarbij waren de navolgende omstandigheden aangevoerd:

  • De ex-partner en haar partner maken gebruik van elkaars woning;
  • Ze eten bij elkaar en blijven bij elkaar slapen;
  • Ze doen gezamenlijk de boodschappen (in één auto);
  • Ze blijven achter in elkaars woning terwijl de ander de deur uit is;
  • Ze passen op elkaars kinderen en/of gedragen zich naar buiten toe als gezin.

Het lag vervolgens op de weg van de alimentatiegerechtigde om inzicht te verschaffen in haar financiële situatie om aan te tonen dat ieder de eigen kosten draagt, zodat van financiële verstrengeling geen sprake is. In deze uitspraak heeft de alimentatiegerechtigde dat niet gedaan, zodat de partneralimentatie is beëindigd.

Het risico is wel dat uw ex-partner wél met rekeningafschriften over de brug komt, waarmee hij/zij kan aantonen dat de financiën strikt gescheiden worden gehouden en/of dat uitgaven steeds met elkaar worden verrekend. Daarmee wordt het een stuk lastiger om dit derde vereiste te onderbouwen. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde op 27 mei 2021 immers dat in dat geval niet gesproken kan worden van financiële verstrengeling, ook al wordt gebruik gemaakt van elkaars woning en nutsvoorzieningen (link).

Het nut van het inschakelen van een recherchebureau

Hoewel het zeker mogelijk is om zonder rechercheonderzoek te bewijzen dat er sprake is van samenwoning (bijvoorbeeld door middel van social media en/of whatsapp-communicatie), is ons advies doorgaans om toch een recherchebureau in te schakelen. Uit de observaties die een rechercheur doet, kunt u al veel conclusies trekken en mogelijk een groot aantal van bovengenoemde omstandigheden/vereisten onderbouwen.

Indien uiteindelijk vast komt te staan dat er inderdaad sprake is van samenwoning, maar uw ex-partner heeft dit altijd ontkend, dan zou de rechtbank kunnen bepalen dat uw ex-partner deze kosten aan u dient te vergoeden.

We helpen u graag

Heeft u het vermoeden dat uw ex-partner samenwoont en vraagt u zich af of het in uw situatie al haalbaar is om de kwestie aan te kaarten? We helpen u graag!

U bent van harte welkom voor een adviesgesprek met één van onze advocaten.

Update: Inkomensafhankelijke combinatiekorting

Op 17 juli 2020 schreef Silke Skrotzki een blog over de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) (zie: link) naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad van maart vorig jaar. De Hoge Raad oordeelde destijds dat soepeler moet worden gekeken of een ouder recht heeft op toepassing van de IACK als een kind bij een ouder verblijft op basis van co-ouderschap maar niet bij die ouder staat ingeschreven.
Een jaar later blijkt hoe deze versoepeling in de praktijk door de rechter wordt toegepast en vonden wij het tijd voor een update over dit onderwerp.

Grenzen
Recentelijk heeft het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch echter een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat aan die soepelere toepassing grenzen zitten. Het gerechtshof bepaalde dat de zorg niet iedere week gelijk verdeeld hoeft te worden, er mag gerekend worden met het gemiddelde aantal uren, maar het moet dan wel gaan om een duurzame verdeling.

Betreffende zaak bij het gerechtshof:
Een vader heeft met zijn ex-partner een kind. Middels een schema heeft vader aangetoond dat het kind 63 uur per week bij hem verblijft (iets meer dan 2,5 dag per week). Daarnaast zegt vader extra zorg voor het kind op zich te nemen tijdens vakanties, zodat hij daardoor gemiddeld 3 dagen per week de zorg voor het kind op zich neemt. Volgens vader dus voldoende om aanspraak te kunnen maken op de IACK.

De belastinginspecteur is van mening dat vader geen recht heeft op de IACK; daarvoor moet het minimaal 3 dagen per week (72 uur) duurzaam bij vader verblijven en dat redt vader niet.

Het gerechtshof is het met de belastinginspecteur eens. Het kind verblijft op basis van de reguliere regeling te weinig bij vader om te kunnen spreken van een duurzaam gelijke verdeling. Vader neemt weliswaar extra zorg op zich tijdens de vakanties, maar die extra uren vanwege de vakanties tellen niet mee omdat deze niet in een duurzaam ritme plaatsvinden.

Vader komt dus niet in aanmerking voor de IACK en loopt potentieel honderden euro’s per maand mis, waar in de alimentatieberekening mogelijkerwijs wél rekening mee is gehouden.

Conclusie
Bovenstaande laat nogmaals zien hoe belangrijk het is om goed stil te staan bij de reguliere zorgverdeling over de kinderen. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met de financiële gevolgen van een bepaalde regeling.

Heeft u daar hulp bij nodig en/of vragen over, of heeft u andere vragen met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact opnemen voor advies. Wij zijn bereikbaar op 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Berekening kinderalimentatie op basis van werkelijke woonlast of forfaitair (vastgesteld) bedrag?

 

Het is wettelijk vastgesteld dat iedere ouder verplicht is om naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen. Wat ‘draagkracht’ is, is in de wet niet verder omschreven. Aan dat begrip en hoe die draagkracht berekend moet worden is verder invulling gegeven door richtlijnen, opgesteld door de Expertgroep Alimentatie. Dit worden de Trema-normen genoemd.

Forfaitair systeem sinds 2013

Sinds 2013 is er vanuit deze Expertgroep gekozen voor een eenvoudig systeem voor de berekening van kinderalimentatie. In dit systeem hoeven er zo min mogelijk variabelen te worden gebruikt door middel van het toepassen van forfaitaire (vastgestelde) bedragen. De gedachte hierachter was dat er dan minder discussie zou kunnen ontstaan over de hoogte van de te betalen kinderalimentatie en er minder ruimte is om af te wijken, wat dan de rechtszekerheid en voorspelbaarheid ten goede komt.

Als de werkelijke last afwijkt van het forfaitaire bedrag, zal daar in beginsel geen rekening mee worden gehouden en dien je dat zelf op te vangen (met name als je werkelijke last hoger is).

Eén van die vastgestelde bedragen waarmee gerekend wordt, is de woonlast. Concreet houdt dit in dat er rekening wordt gehouden met een bedrag ter grootte van 30% van het netto besteedbaar inkomen als woonlast. Er wordt dus niet gekeken naar de werkelijke woonlast (huur of hypotheeklast).

Maar wat als er te weinig draagkracht is?

In sommige gevallen kan dit heel vervelend uitpakken voor de ouder die kinderalimentatie gaat ontvangen en dus ook voor de kinderen. Namelijk als vaststaat dat iemand een heel lage woonlast heeft, maar door toepassing van de hogere forfaitaire woonlast er te weinig draagkracht is om (geheel) in de behoefte van het kind of de kinderen te voorzien.

In de rechtspraak zijn er in de afgelopen jaren wel uitspraken gedaan waarin onder bepaalde omstandigheden is afgeweken van de forfaitaire rekenwijze. De Hoge Raad heeft zich echter onlangs ook uitgelaten over de vraag wanneer nu wel de forfaitaire lijn gevolgd moet worden en wanneer daarvan mag worden afgeweken. Het komt op het volgende neer: indien met een berekende draagkracht niet (geheel) in de behoefte van het kind of de kinderen kan worden voorzien én er aanwijzingen zijn dat de werkelijke woonlasten van de betrokken ouder duurzaam aanmerkelijk lager zijn dan het forfaitaire bedrag, zal de rechter dienen na te gaan of de draagkracht van die ouder, berekend met de werkelijke woonlasten, zou leiden tot een hogere onderhoudsbijdrage. Indien dit het geval is, dient de rechter ofwel deze hogere bijdrage op te leggen, ofwel te motiveren waarom hij daartoe, gelet op de verdere omstandigheden van het geval, geen aanleiding ziet.

Aan de hand van een fictief voorbeeld ziet dit er als volgt uit;

Henk en Mariska gaan uit elkaar. Zij hebben twee kinderen, die het merendeel van de tijd bij Mariska zullen verblijven. Henk koopt een woning en betaalt daarvoor € 900,00 per maand aan netto woonlasten.

Voor de kinderalimentatie wordt een berekening gemaakt. Op basis van het inkomen van Henk wordt er in die berekening uitgegaan van een forfaitair bedrag aan woonlasten van € 1.200,00 per maand (30% van zijn netto inkomen).

Uit de berekening volgt echter dat met de daaruit volgende draagkracht niet (volledig) in de behoefte van de kinderen kan worden voorzien door Henk en Mariska samen. Als er gerekend zou worden met de werkelijke woonlast van Henk, zou er wél volledig in de behoefte van de kinderen voorzien kunnen worden. De rechter zal dus in dit geval óf de berekening moeten volgen met de werkelijke woonlast en de hogere draagkracht die daaruit volgt gebruiken om de kinderalimentatie vast te stellen óf moeten motiveren waarom die werkelijke woonlast gevolgd en hogere draagkracht niet wordt gebruikt.

Conclusie

In de basis blijft het forfaitaire stelsel uitgangspunt. Als echter de draagkracht van de onderhoudsplichtige wordt berekend met de forfaitaire woonlast en er blijft onvoldoende draagkracht over om (geheel) in de behoefte van de kinderen te voorzien, zal de rechter moeten onderzoeken of dat voor de kinderen beter uitpakt (hogere kinderalimentatie) dan als men rekent met de werkelijke (lagere) woonlast. Als dit zo is, zal die hogere bijdrage vastgesteld moeten worden of moet de rechter motiveren waarom dat niet gebeurt.

Alimentatie berekenen is een vak apart; er moet met veel factoren rekening gehouden worden en er is veel rechtspraak die van invloed is op de manier waarop er gerekend moet worden. Heeft u een vraag over kinderalimentatie of iets anders betrekking hebbende op familie- of erfrecht, neem dan contact met ons op.

Afkoop van partneralimentatie: waar moet u op letten en waarom kiezen voor afkoop?

Afkoop van partneralimentatie: waar moet u op letten en waarom kiezen voor afkoop?

Partneralimentatie wordt vaak gezien als een langslepende last die beide ex-partners nog met elkaar verbonden houdt. In veel gevallen is het afkopen van deze partneralimentatie een optie. Het heeft een aantal voor- maar ook een aantal nadelen. Zowel op persoonlijk en emotioneel vlak als in financieel en fiscaal opzicht.

Afkoop van alimentatie is alleen mogelijk bij partneralimentatie, dus niet bij kinderalimentatie. Die moet altijd betaald worden tot het kind 18 jaar is en vervolgens gaat dat over in een bijdrage in de kosten van studie en levensonderhoud (tot een kind 21 jaar oud is).

Waar moet u op letten

Voor de ontvanger of alimentatiegerechtigde geldt dat een afkoopsom van partneralimentatie fiscaal wordt belast, net zoals ‘normale’ maandelijks te ontvangen partneralimentatie. Dat is dus in één jaar een groot bedrag aan inkomstenbelasting en premie ZVW waar rekening mee gehouden moet worden. Bovendien zal door de verhoging van het inkomen in het jaar van ontvangst, ook het verzamelinkomen toenemen en zal het recht op toeslagen (kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag, huurtoeslag of zorgtoeslag) aanzienlijk lager worden of zelfs in zijn geheel komen te vervallen. Indien daarmee geen rekening wordt gehouden, kan het voorkomen dat er toeslagen terugbetaald moeten worden.

Aandachtspunt hierbij is dat ook het gedeelte van de afkoopsom dat op een andere manier dan via een geldelijke betaling wordt gezien als belaste partneralimentatie. Een voorbeeld hiervan is de overwaarde op de gezamenlijke woning die wordt gebruikt om een (gedeelte van de) afkoop te financieren.

Voor de betaler of alimentatieplichtige is de betaalde afkoopsom fiscaal aftrekbaar. Let erop dat de afkoopsom pas ná het inschrijven van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand aan de ex-echtgenoot betaald wordt. Gebeurt dit niet (dus te vroeg) dan kan dat tot gevolg hebben dat de afkoopsom wél belast is bij de alimentatiegerechtigde, maar niet aftrekbaar is voor de alimentatieplichtige.

Netto afkoop is mogelijk

De fiscale en financiële nadelen van een afkoopsom zijn grotendeels te voorkomen door in het jaar van ontbinding van het huwelijk te kiezen voor voljaarspartnerschap. Hiervoor moeten de ex-echtgenoten in het jaar van de scheiding als fiscale partners een gezamenlijke belastingaangifte doen. Simpel gezegd vallen dan de aftrekpost (voor de betaler) en de verschuldigde heffing (voor de ontvanger) tegen elkaar weg. Het eindresultaat is een netto afkoop.

Indien de alimentatieplichtige niet de mogelijkheid heeft om de afkoopsom van de partneralimentatie in één keer te voldoen, maar dat in termijnen wil doen, kan er toch gebruik gemaakt worden van de mogelijkheid van een netto afkoop. De volledige afkoopsom wordt in het jaar van echtscheiding opgegeven en de ex-partners sluiten vervolgens over het deel dat de alimentatieplichtige nog verschuldigd is, een overeenkomst van geldlening.

Twee aandachtspunten bij de netto afkoop:

  • tot 2019 was het beschreven systeem relatief makkelijk uitvoerbaar. Vanaf 1 januari 2020 is echter de afbouw van fiscale aftrekbaarheid van de partneralimentatie in gang gezet, wat met name van toepassing is bij de betaler met een hoog inkomen (> € 68.500,00). De afbouw ziet er als volgt uit: 2020: 46%, 2021: 43%, 2022: 40%, 2023: 37,05%. Hierdoor krijgt men dus de situatie dat er wellicht minder aftrek genoten kan worden door de betaler dan dat er heffing moet worden voldaan door de ontvanger. Vanaf 2020 is het uitvoeren van een netto afkoop dus maatwerk en zal er goed berekend moeten worden wat het kost en wat het oplevert voor beide partijen;
  • de aftrek van de betaler die overgeheveld kan worden naar de ontvanger, waarmee deze de heffing over de partneralimentatie kan voldoen, betreft alleen het gedeelte van de inkomstenbelasting. Over de ontvangen partneralimentatie is daarnaast nog de bijdrage ZVW verschuldigd. Eventueel kan voor dat onderdeel nog een aanvullende afspraak worden gemaakt, om ook die heffing gelijk te verdelen over partijen.
Juiste begeleiding en zorgvuldige vastlegging van de afspraken

De afkoop van partneralimentatie dient goed begeleid te worden en dient daarnaast ook zorgvuldig te worden vastgelegd in het convenant. Dit om nadelige fiscale gevolgen te voorkomen en om zo goed mogelijk gebruik te kunnen maken van de fiscale mogelijkheden (netto afkoop).

Voor de afkoop van partneralimentatie is goede timing ook van belang. Het is daarom wenselijk dat u goed en tijdig geadviseerd wordt hierover. Deze mogelijkheid, zoals zoveel fiscale constructies in echtscheidingssituaties, kan alleen benut worden wanneer echtgenoten met elkaar in overleg zijn en dit samen overeenkomen. Een rechter kan bijvoorbeeld geen afkoopsom opleggen.

Wederom een voorbeeld waarom scheidingen die in goed overleg worden geregeld, middels mediation of overleg tussen gespecialiseerde familierechtadvocaten, financieel een groot voordeel hebben.

Waarom kiezen voor afkoop

Er zijn verschillende redenen te noemen om voor afkoop te kiezen. Het grote voordeel is dat de alimentatieplichtige in één keer van zijn of haar verplichting af is en hierdoor ook emotioneel minder verbonden is met de ex-partner.

Daar komt bij dat, doordat de alimentatiegerechtigde de alimentatie ineens ontvangt, deze in veel gevallen akkoord gaat met een bedrag dat lager is dan de volledige betalingsverplichting zou zijn (gekeken naar de wettelijke termijn van de alimentatieverplichting).

Uiteraard zijn er ook nadelen verbonden aan afkoop; als de alimentatiegerechtigde bijvoorbeeld al snel een nieuwe relatie krijgt en gaat samenwonen, dan kan het zijn dat er door afkoop achteraf gezien teveel betaald is. Want wettelijk gezien eindigt bij samenwoning de alimentatieverplichting per direct. Dit risico zal ingecalculeerd moeten worden in de overweging om van afkoop van partneralimentatie gebruik te maken.

Wilt u weten of het afkopen van partneralimentatie voor u tot de mogelijkheden behoort en hoe dat er dan uit zou komen te zien? Neem vrijblijvend contact met ons op. Wij begeleiden u hier graag bij.

De kindrekening bij co-ouderschap

Co-ouderschap en kinderalimentatie

Fabel: bij co-ouderschap geen kinderalimentatie

Co-ouderschap

Gaan u en uw partner uit elkaar, dan zullen er afspraken gemaakt moeten worden ten aanzien van de kinderen. Op welk adres zij ingeschreven worden en wanneer zij bij welke ouder verblijven. Eén van de mogelijkheden is co-ouderschap, wat inhoudt dat de kinderen ongeveer evenveel tijd bij iedere ouder doorbrengen en dat de zorg- en opvoedtaken gelijkmatig worden verdeeld.

Vaak wordt gedacht dat er bij co-ouderschap geen kinderalimentatie betaald hoeft te worden. Dat is echter een fabel! Ook in het geval van co-ouderschap kan het zijn dat de ouder met het hoogste inkomen kinderalimentatie moet betalen aan de andere ouder. Hoe dat precies zit, leggen we u in deze blog uit.

Gelijke levensstandaard in beide huishoudens

Bij de berekening van kinderalimentatie is het uitgangspunt dat de situatie voor de kinderen zo min mogelijk verandert na de breuk tussen hun ouders. Dat betekent ook dat er in beide huishoudens genoeg financiële ruimte moet zijn om de kinderen die gelijke levensstandaard te kunnen bieden. Daarvoor heeft de ene ouder vaak de hulp nodig van de andere ouder, in de vorm van kinderalimentatie.

Hoe hoog de kinderalimentatie is, hangt uiteraard af van de situatie. Niet enkel het inkomen van beide ouders is daarvoor van belang, maar bijvoorbeeld ook de afspraken over hoe de kosten van de kinderen worden verdeeld. Beide ouders voldoen al de verblijfskosten van de kinderen wanneer zij bij hen verblijven (kosten van inwoning zoals eten, drinken en energiekosten) zodat daar genoeg budget voor zal moeten zijn. Daarnaast is ook van belang op welke wijze de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen (zoals kleding, schoolgeld, sportcontributies) worden voldaan.

Alle kosten van de kinderen worden naar rato van het inkomen (de draagkracht) van beide ouders voldaan. Hierdoor kan het zijn dat de ene ouder een bijdrage aan de ander dient te voldoen.

U kunt er ook voor kiezen om een kindrekening (gezamenlijke bankrekening) te openen om alle verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen van te kunnen voldoen. Ook daarbij geldt dat de inleg op de rekening bij co-ouderschap niet altijd gelijk is, omdat de kosten naar rato van het inkomen (de draagkracht)  van beide ouders wordt voldaan.

Het is verstandig om voor de berekening van kinderalimentatie een specialist in te schakelen. Op die manier weet u zeker dat er een eerlijk bedrag wordt afgesproken en dat geen van partijen (of de kinderen) tekort wordt gedaan.

Bent u op zoek naar een specialist om u hierbij te helpen, of heeft u hulp en/of advies nodig ten aanzien van een familie- of erfrechtkwestie, neem dan contact met ons op via 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Overlijdensrisicoverzekering alimentatie

Overlijdensrisicoverzekering bij alimentatie na echtscheiding: de moeite waard?

Het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering is wellicht niet iets waar u ten tijde van uw echtscheiding bij stil staat. En toch zou het wel goed zijn om de optie te overwegen wanneer u alimentatie ontvangt of gaat betalen. In deze blog leggen wij uit waarom.

Einde alimentatie

Indien er tijdens een relatie of huwelijk kinderen zijn geboren is het zeer waarschijnlijk dat er na echtscheiding (of verbreking van de relatie) door één van beide ouders kinderalimentatie wordt voldaan aan de andere ouder. Daarnaast is de kans aanwezig dat er een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de ex-echtgenoot (partneralimentatie) voldaan gaat worden.

Waar minder snel bij stil wordt gestaan is dat zowel kinder- als de partneralimentatie eindigt op het moment dat degene die de alimentatie betaalt (alimentatieplichtige) komt te overlijden. Dat kan bij degene die de alimentatie ontvangt (alimentatiegerechtigde) voor grote financiële problemen zorgen. U ontvangt de alimentatie immers omdat u met uw eigen inkomen niet volledig in de kosten van de kinderen en/of uw eigen levensonderhoud kunt voorzien.

Bestaande overlijdensrisicoverzekering

Had u een overlijdensrisicoverzekering lopen tijdens uw jaren samen? Dan moet daar iets mee gebeuren als u uit elkaar bent. U kunt er in dat geval voor kiezen om de dekking door te laten lopen op één leven, bijvoorbeeld om het wegvallen van de alimentatie bij overlijden af te dekken voor de ontvanger.

Overlijdensrisicoverzekering afsluiten

Is er geen overlijdensrisicoverzekering aanwezig dan is het verstandig om daar bij echtscheiding over na te denken, juist als u alimentatiegerechtigde (ontvanger) bent. U kunt een overlijdensrisicoverzekering afsluiten op het leven van uw ex-partner. Op het moment van zijn/haar overlijden ontvangt u een eenmalige uitkering die het mogelijke financiële tekort dat ontstaat vanwege het wegvallen van de alimentatie (deels) kan opvangen.

Let op dat u bij het afsluiten van de overlijdensrisicoverzekering de onderhoudsplichtige als verzekerde aanmerkt en dat u zelf verzekeringnemer, premiebetaler en eerste begunstigde bent. In dat geval hoeft u geen erfbelasting te betalen.

Conclusie

Of het in uw geval verstandig is om een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten, hangt met name af van uw persoonlijke omstandigheden, zoals de hoogte van de alimentatie, de resterende looptijd en uw financiële situatie.

Bent u in financieel in grote mate afhankelijk van de maandelijkse alimentatie om rond te komen en is er ook geen vermogen waarop u kunt interen, dan kan het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering zeker de moeite waard zijn!

Wilt u overleggen of een overlijdensrisicoverzekering in uw geval verstandig is, of heeft u andere vragen met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact met ons opnemen via 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Blog inkomensafhankelijke combinatiekorting bij co-ouderschap

Inkomensafhankelijke combinatiekorting bij co-ouderschap

Uitspraak Hoge Raad: IACK bij co-ouderschap wordt soepeler toegepast. Beide ouders vaker recht op inkomensafhankelijk combinatiekorting bij co-ouderschap.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is een heffingskorting waar u als werkende alleenstaande ouder of minstverdienende partner aanspraak op kunt maken wanneer u de zorg heeft over een kind van jonger dan 12 jaar. Ook wanneer uw kind bij u verblijft op basis van een co-ouderschapsregeling, maar niet bij u staat ingeschreven, kunt u mogelijk aanspraak maken op de IACK. Voorheen gold hiervoor een strikte maatstaf: beide ouders moesten de zorg voor de kinderen gelijkelijk verdelen. Hieraan werd voldaan als een kind ten minste 3 tot 3,5 halve dag per week verblijft bij ieder van de ouders verbleef. Een recente uitspraak van de Hoge Raad brengt daar echter verandering in.

Verdeling van de zorg
Een man wendde zich tot de rechtbank en daarna ook tot het gerechtshof met de volgende kwestie. Hij was met zijn ex-partner een zorgregeling overeengekomen waarbij zijn dochter op basis van een tweewekelijks schema afwisselend bij hem en haar moeder verbleef, maar bij haar moeder stond ingeschreven. In de ene week verbleef zijn dochter 5 dagen bij hem, maar in de andere week slechts één dag. De man vroeg in zijn belastingaangifte om toepassing van de IACK, maar dat werd hem door de inspecteur geweigerd. In de tweede week verbleef zijn dochter immers maar één dag bij hem en dat voldeed volgens de inspecteur niet aan de eis van ‘doorgaans 3 dagen per week.

Hoge Raad
Uiteindelijk stelde de man cassatie in bij de Hoge Raad. Bij uitspraak van 13 maart 2020 oordeelde de Hoge Raad dat de IACK bij co-ouderschap soepeler moet worden toegepast. De zorgregeling van de man voldeed aan de eis dat beide ouders de zorg voor de dochter gelijk verdeelden; gerekend over twee weken hadden zij immers ieder 7 dagen de zorg over de dochter. De vader heeft daarmee recht op de IACK.

Conclusie
Heeft u met uw ex-partner een co-ouderschapsregeling waarbij de zorg niet per week precies 50/50 verdeeld wordt, maar gemiddeld gezien verblijft uw kind wel de helft van de tijd bij u, waardoor de zorg alsnog gelijkelijk wordt verdeeld? Dan kunt u recht hebben op toepassing van de IACK. Daar dient dan ook bij de berekening van de alimentatieberekening rekening mee gehouden te worden.

Wees erop bedacht dat de belastingdienst controleert of de zorgregeling voldoet aan de voorwaarden. We raden u daarom aan om de afspraken omtrent de zorgregeling goed vast te leggen, bijvoorbeeld in een ouderschapsplan, zodat ook aan de belastingdienst kan worden aangetoond wat de geldende zorgregeling is.

Heeft u hulp nodig bij het opstellen van een ouderschapsplan, of heeft u andere vragen met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact opnemen voor advies. Wij zijn bereikbaar op 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Blog Hoge Raad Kinderalimentatie

Mag je afspreken dat kinderalimentatie in de toekomst niet meer gewijzigd wordt?

De Hoge Raad heeft zich uitgelaten over de vraag of  je mag afspreken dat de kinderalimentatie in de toekomst niet meer gewijzigd kan worden.

Contractvrijheid

Bij het sluiten van een overeenkomst hebben partijen meestal de vrijheid om af te spreken wat zij willen, de zogenaamde contractsvrijheid. De contractsvrijheid van ouders bij afspraken over kinderalimentatie wordt echter begrensd door de wet; daarin staat waar iedereen zich bij het vaststellen van kinderalimentatie aan moet houden. Oftewel, dat de vastgestelde kinderalimentatie moet voldoen aan de wettelijke maatstaven.

Wijziging van kinderalimentatie

Normaalgesproken kan kinderalimentatie gewijzigd worden als er sprake is van een wijziging van omstandigheden (bijvoorbeeld omdat één van de ouders meer is gaan verdienen) of als blijkt dat er bij het vaststellen ervan van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan en dat daardoor de kinderalimentatie niet meer voldoet aan de regels (wettelijke maatstaven).

Niet-wijzigingsbeding

Er zijn ouders die afspreken dat de kinderalimentatie in de toekomst niet kan worden gewijzigd, ook niet als zich een wijziging van omstandigheden voordoet. Dit noemt men een niet- wijzigingsbeding. Hierdoor wordt dus de gebruikelijke route om tot een wijziging te komen onmogelijk gemaakt.

De vraag of een dergelijke niet-wijzigingsbeding ook geldig is als het om kinderalimentatie gaat, is onlangs aan de Hoge Raad voorgelegd. In de literatuur en rechtspraak bestaat er geen duidelijkheid over de vraag of het ouders vrij staat om voor kinderalimentatie een dergelijk niet-wijzigingsbeding overeen te komen en daarom is de Hoge Raad gevraagd zich hierover uit te laten.

Voor partneralimentatie kennen we dit beding wel en wordt het ook regelmatig overeengekomen en opgenomen in echtscheidingsconvenanten. Maar kinderalimentatie is naar zijn aard een heel andere onderhoudsbijdrage; kinderen kunnen namelijk niet zelf in hun onderhoud voorzien en zijn volledig afhankelijk van hun ouders. Ouders zijn verplicht om voor hun kinderen te zorgen naar rato van hun inkomen/draagkracht.

Beslissing Hoge Raad

Met dit laatste uitgangspunt heeft de Hoge Raad rekening gehouden en als volgt beslist:

  • als één van de ouders eigenlijk meer zou moeten/kunnen betalen en de kinderalimentatie dus eigenlijk omhoog zou gaan als er geen niet-wijzigingsbeding zou zijn, mag een niet-wijzigingsbeding daar niet aan in de weg staan. Het niet-wijzigingsbeding kan dan dus aan de kant geschoven worden en de kinderalimentatie kan dus wel verhoogd worden;
  • als één van de ouders minder zou mogen gaan betalen, maar de kinderalimentatie niet gewijzigd kan worden omdat er een niet-wijzigingsbeding is, is het niet-wijzigingsbeding wél geldig.

Oftewel, zolang het niet-wijzigingsbeding in het voordeel van het kind is, is deze geldig. En een hogere kinderalimentatie wordt als voordeliger gezien dan een lagere kinderalimentatie.

Op deze regels is wel een uitzondering; als de ouder die kinderalimentatie moet betalen nog kinderen heeft uit een andere relatie en deze kinderen ook afhankelijk zijn van de kinderalimentatie die zij van deze ouder krijgen, kan het niet-wijzigingsbeding wel weer nietig zijn. Want dan hebben die kinderen uit de andere relatie er nadeel bij.

Bent u een niet-wijzigingsbeding overeengekomen en vraagt u zich af of dit geldig is in uw situatie, neem dan gerust contact op. Wij kunnen dan beoordelen of u aan het beding gehouden met of dat de kinderalimentatie toch gewijzigd kan worden.

Neem contact op via ons contactformulier of bel 0475-747238.

Partneralimentatie beëindigen: hoe bewijst u dat uw ex samenwoont?

Partneralimentatie beëindigen: hoe bewijst u dat uw ex samenwoont?

U betaalt een (hoog) bedrag aan partneralimentatie. Uw ex-partner heeft al een hele tijd een nieuwe relatie. Altijd als u de kinderen gaat halen of brengen is de partner ook aanwezig. Alles wordt samen gedaan. U heeft dan ook het vermoeden dat zij samenwoont met haar nieuwe partner. Zij ontkent dit. Wat kunt u doen om dit te bewijzen?

Als u de samenwoning kunt aantonen hoeft u namelijk geen partneralimentatie meer te betalen.

Wanneer komt partneralimentatie te vervallen?

De partneralimentatie komt definitief te vervallen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
– Uw ex-partner heeft een affectieve relatie: er moet dus sprake zijn van een nieuwe vriend of vriendin
– Zij wonen samen
– Er is sprake van een duurzame samenleving: dat wil zeggen dat zij daadwerkelijk voor een langere periode (willen) samenwonen, en niet slechts tijdelijk
– Zij voeren een gemeenschappelijke huishouding: de kosten van de woning en overige huishoudelijke kosten worden door hen samen voldaan
– Er is sprake van wederzijdse verzorging door de partners: dat wil zeggen dat zij dingen voor elkaar doen. Het wassen van de auto van de ander kan hier een voorbeeld van zijn

Het (willen) stoppen van het betalen van de partneralimentatie heeft vergaande gevolgen voor de partner die recht heeft op partneralimentatie. De rechtbank neemt dan ook niet zomaar aan dat er sprake is van samenwoning. Hier worden hoge eisen aan gesteld.

Meestal ontkent de ex-partner niet dat hij/zij een nieuwe relatie heeft. Het probleem zit hem met name in het duurzaam samenwonen en de wederzijdse verzorging. Dit wordt vaak ontkend. Omdat u degene bent die beweert dat uw ex-partner samenwoont, moet u dit bewijzen.

Omkering bewijslast:

In sommige gevallen wordt de bewijslast omgekeerd. Dat wil zeggen dat u niet hoeft te bewijzen dat uw ex-partner samenwoont. Uw ex-partner moet dan bewijzen dat hij/zij niet samenwoont. Een voorbeeld hiervan is de uitspraak van de rechtbank Overijssel (4 augustus 2016).

De man had recht op partneralimentatie. Hij is naar het buitenland verhuisd. Hij had in het buitenland een nieuwe relatie maar gaf aan dat hij niet met haar samenwoonde. Omdat de man de samenwoning ontkende moest de vrouw dit maar bewijzen. De rechtbank was het niet met hem eens.

Volgens de rechtbank hoeft niet van de vrouw verwacht te worden dat zij in een vreemd land onderzoek gaat doen naar het dagelijkse leven van de man. De rechtbank heeft in dit geval dan ook bepaald dat de man moest aantonen dat hij niet samenwoonde.

Dit is wel een uitzondering die niet snel zal voorkomen.

Wat kunt u doen om te bewijzen dat uw ex samenwoont?

Verzamel zoveel mogelijk bewijzen. Ik heb laatst in een zaak samenwoning aangetoond door middel van social media. In dit geval was er een agenda gemaakt op basis van hetgeen de ex-partner en haar nieuwe vriend allemaal op facebook hadden geplaatst.

Zo kon een tijdlijn worden gemaakt van de dagen waarop ze sowieso samen waren en alle activiteiten die ze samen hebben ondernomen. Deze tijdlijn is gemaakt voor een lange tijdsperiode (ongeveer een jaar).

Tegenwoordig wordt er steeds meer op Facebook geplaatst, zonder dat mensen over de gevolgen nadenken. Uit de rechtspraak blijkt dat de volgende dingen van belang zijn om duurzame samenleving aan te tonen:
– samen op vakantie gaan,
– klussen in de woning/ te koop zetten woning
– samen naar feestjes en andere sociale activiteiten zoals carnaval, de diploma uitreiking van één van de kinderen
– Verhuizing van familieleden naar woonplaats nieuwe partner
– Samen boodschappen doen of aankopen doen voor de woning

Al deze dingen kunnen in sommige gevallen worden afgeleid van social media en erop wijzen dat er sprake is van een duurzame samenleving en wederzijdse verzorging.
Recherchebureau: een goede optie?

Niet iedereen is zo actief op social media. In veel gevallen is het dan ook niet genoeg om via social media aan te tonen dat uw ex samenwoont. Het kan dan verstandig zijn om een recherchebureau in te schakelen. Dit wordt in de praktijk vaak gedaan.

Dit kan soms wel duur worden, maar een recherchebureau kan wel veel bereiken. Een voorbeeld van een uitspraak van het Hof den Bosch (26 juni 2014 ECLI:NL:GHSHE:2014:1923)
Uit observatie bleek het volgende:
– de vrouw en haar partner gedroegen zich als gezin door samen met de kinderen van de vrouw op vakantie te gaan, naar de diploma-uitreiking te gaan en naar een open dag van het werk van de man die alleen maar voor familieleden bedoeld was.
– de partner had een sleutel van de woning, zij maakten samen motorritjes en de man onderhield de auto van de vrouw en maakte deze schoon.
– doorslaggevend was het feit dat het waterverbruik in de woning van de nieuwe partner veel lager was geworden. Hij gaf aan dat hij meestal op de sportschool douchte, maar dat vond de rechtbank geen goede verklaring. Samenwoning is dan ook aangenomen. De partneralimentatie is hierdoor definitief vervallen.

Investering kan kosten besparen

Vermoedt u dat uw ex samenwoont, dan is het vaak toch echt verstandig om een recherchebureau in te schakelen. Zeker als er sprake is van een hoog bedrag aan partneralimentatie en als de termijn nog lang loopt. In de rechtspraak zijn voorbeelden te vinden waarbij er € 15.000,- aan recherchekosten zijn voldaan, maar dit een besparing van maximaal € 150.000,- bruto aan partneralimentatie heeft opgeleverd. De alimentatie was namelijk vastgesteld op € 1.150,- bruto en de termijn was nog maar net begonnen.

Kosten recherchebureau op uw ex verhalen?

Uw ex-partner ontkent dat hij/zij samenwoont maar u kunt aantonen dat dit niet juist is? In dit geval is het rechtvaardig dat degene die niet eerlijk is over zijn woonsituatie, ook de hoge kosten moet betalen.

De rechters zijn dit steeds vaker met u eens. In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (12 maart 2019) heeft het Hof bepaald dat de vrouw de teveel ontvangen partneralimentatie aan de man moet terugbetalen. Daarnaast is zij ook veroordeeld om de kosten van het recherchebureau te betalen. Deze bedroegen bijna € 12.000,-. Dergelijke uitspraken komen steeds vaker voor.

Voorkomen beter dan genezen

Uiteraard is voorkomen beter dan genezen. Bent u op dit moment nog in een echtscheidingsprocedure verwikkeld dan kunt u vooraf al bepaalde afspraken maken. Wij maken vaak afspraken over (proef) samenwonen.

Als een partner gaat samenwonen (als ware zij gehuwd) komt de partneralimentatie definitief te vervallen. Hierdoor gaat degene die recht heeft op partneralimentatie niet zo snel samenwonen. Als de relatie stuk loopt is er geen recht meer op partneralimentatie. Ook de nieuwe ex-partner hoeft dan geen partneralimentatie te betalen.

Om dit op te lossen kunt u een proefperiode overeenkomen. Dat wil zeggen dat de partner die gaat samenwonen dit direct eerlijk aan de ex-partner (schriftelijk) moet laten weten. De partneralimentatie komt dan (voorlopig) te vervallen. Als de relatie binnen 6 maanden stuk loopt en de samenwoning wordt beëindigd, herleeft de partneralimentatie weer. Uit de praktijk blijkt dat deze afspraak goed werkt en vaak problemen (stiekem samenwonen) voorkomt.

Wij helpen u graag

Heeft u het vermoeden dat uw ex samenwoont en wilt u kijken naar de mogelijkheden om de partneralimentatie stop te zetten? Als het bedrag aan partneralimentatie hoog is en de termijn nog lang loopt, is het zeker aan te bevelen om een recherchebureau in te schakelen. Wij hebben goede contacten met bureaus die hier veel ervaringen mee hebben.

U bent van harte welkom voor een adviesgesprek met een van onze advocaten.