Blog Silke Skrotzki

Voor of tijdens het huwelijk alvast afzien van partneralimentatie?

Eén van de onderwerpen waar tijdens een echtscheiding afspraken over gemaakt moet worden, is de partneralimentatie. Heeft de ene echtgenoot behoefte aan alimentatie en kan de andere echtgenoot dit ook betalen (draagkracht) dan is die laatste op grond van de wet in principe verplicht om een bijdrage te betalen. Partijen kunnen daar ten tijde van de echtscheiding samen afwijkende afspraken over maken. Zo kunnen zij bijvoorbeeld afspreken dat zij over en weer afzien van het recht op partneralimentatie (nihilbeding).

Het komt wel eens voor dat aanstaande echtgenoten al vóór het huwelijk een dergelijk nihilbeding overeenkomen. Ze leggen dat dan vast in hun huwelijkse voorwaarden. Concreet houdt dat in dat zij afspreken dat -mocht het huwelijk ooit eindigen in een echtscheiding- er geen partneralimentatie betaald hoeft te worden. Hetzelfde geldt overigens ook voor geregistreerd partners, zij leggen dat dan vast in hun partnerschapsvoorwaarden.

In de rechtspraak werd er tot op heden vanuit gegaan dat zo’n nihilbeding in de huwelijkse voorwaarden in principe nietig (ongeldig) is. De wet zegt immers dat er een verplichting bestaat tot partneralimentatie. Daar kunnen partijen weliswaar van afwijken, maar slechts vóór of na de echtscheiding, zo staat in artikel 1:158 van het Burgerlijk Wetboek.

De Hoge Raad heeft in het verleden (1980 en 1996) uitgelegd wat de strekking van dit artikel is, namelijk dat er pas afspraken kunnen worden gemaakt over de partneralimentatie op het moment dat de echtscheiding aanstaande is, dus bijvoorbeeld in een echtscheidingsconvenant. Niet al op een eerder moment. Alleen in zéér uitzonderlijke gevallen kan een echtgenoot volgens de Hoge Raad aan een nihilbeding wat voor of tijdens het huwelijk is overeengekomen gehouden worden.

De afgelopen jaren is er in de literatuur een discussie ontstaan over de nietigheid van voorhuwelijkse nihilbedingen; sommige auteurs vinden dat een nihilbeding wat overeenkomen is voorafgaande of tijdens het huwelijk geldig zou moeten zijn. Daarom heeft de advocaat-generaal (A-G) p 13 mei jl. de Hoge Raad gevraagd om zich hierover uit te laten (cassatie in het belang der wet). De A-G schrijft in de conclusie dat partijen ook voorafgaand of tijdens het huwelijk de contractsvrijheid zouden moeten hebben om iets afwijkends af te spreken over de partneralimentatie, zoals zij immers ook kunnen doen over het pensioen en het huwelijksvermogensregime. Dat is volgens de A-G wat de wetgever ook voor ogen heeft gehad. Volgens de A-G heeft de rechter nog altijd de ruimte om -wanneer een van de echtgenoten zich daarop beroept en dit goed onderbouwt- het nihilbeding buiten beschouwing te laten wanneer de omstandigheden daarom vragen.

Het is nu aan de Hoge Raad om te reageren op de conclusie van de A-G. De uitspraak van de Hoge Raad wordt verwacht op 25 november 2022. Daarna zullen we weten of een nihilbeding in de huwelijkse voorwaarden tijdens de echtscheiding geldig is of niet. We houden u op de hoogte!

 

Heeft u er behoefte aan om eens te sparren over partneralimentatie die u betaalt of ontvangt? Of heeft u een andere vraag met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact met ons opnemen. Wij zijn bereikbaar op 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Erft een stiefkind van zijn stiefouder? (deel 2)

Hoe stel je de erfenis veilig als je ouder hertrouwt?

Tegenwoordig komen samengestelde gezinnen -mede door de stijging van het aantal echtscheidingen- steeds vaker voor. Een samengesteld gezin bestaat uit een biologisch ouder en diens kinderen en een stiefouder (en eventueel diens kinderen). In sommige gevallen hebben beide partners ook nog samen kinderen gekregen. Het maakt de situatie er voor het erfrecht niet makkelijker op.  

Een samengesteld gezin is in de praktijk dus geen uitzondering meer. Maar in het erfrecht ligt dat anders. Hoewel het erfrecht wel bepalingen kent over de relatie tussen stiefouders en stiefkinderen (waarover hierna meer) zegt de wet niets over de mogelijkheid om als stiefkind van je stiefouder te erven. Wil je als stiefouder dat je stiefkind van je erft, dan zul je dat expliciet in een testament moeten laten opnemen. Wanneer er door de stiefouder geen testament is opgemaakt, worden de regels van boek 4 van ons Burgerlijk wetboek gevolgd. En de wet zegt dat je alleen erft van je eigen ouder. Je erft dus (zonder testament)  niet automatisch van je stiefouder, zelfs niet wanneer er sprake is van een huwelijk tussen de ouder en stiefouder.  

Hoewel bovenstaande dus niet in de wet is geregeld, geeft de wet wel bepaalde rechten aan stiefkinderen. Wanneer je ene ouder is overleden en je andere ouder daarna opnieuw in het huwelijk wil treden, brengt dat voor jou immers risico’s met zich mee. Hoe dat zit, en hoe je die risico’s kunt inperken, leg ik onderstaand uit. 

Casus:

Alexander en Babette zijn getrouwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben samen één kind gekregen (Christian). Alexander en Babette hebben een koophuis van € 200.000,00. Tijdens het huwelijk overlijdt Babette.

De erfgenamen van Babette zijn haar man Alexander en hun zoon Christian, ieder voor de helft. Dat betekent dat de helft van al haar vermogen tussen Alexander en Christian zal moeten worden gedeeld (de andere helft is van Alexander), waaronder de koopwoning. Christian heeft dus recht op € 50.000,00. Alexander kan dat geld niet direct aan zijn zoon betalen, want het geld zit ‘vast’ in het huis. Wanneer Christian zijn geld meteen wil hebben, komt Alexander in de financiële problemen.

Als Babette overlijdt is in de meeste gevallen de wettelijke verdeling van toepassing. Dat houdt in dat de hele erfenis naar Alexander gaat. Christian heeft wel nog steeds recht op zijn erfdeel van € 50.000,00, maar kan dit pas opeisen als de langstlevende echtgenoot (Alexander) overlijdt. Christian moet dus wachten op zijn geld.

Na een paar jaar hertrouwt Alexander met Dana, weer in algehele gemeenschap van goederen. Dat betekent dat de woning nu toebehoort aan Alexander en Dana (ieder voor de helft). De vordering van Christian op zijn vader ter hoogte van € 50.000,00 blijft staan.

Wanneer Alexander overlijdt, zijn Dana en Christian zijn erfgenamen. Christians gedeelte van de erfenis bestaat opnieuw uit 1/4e van de waarde van het huis. Daarnaast moet hij ook nog de erfenis van zijn moeder uitbetaald krijgen, dus in totaal een bedrag van € 100.000,00. Opnieuw geldt echter dat Dana dit niet kan betalen; het geld zit in de stenen. Ook zij wordt weer aangemerkt als langstlevende. De wettelijke verdeling is opnieuw van toepassing en Christian moet wéér wachten tot het overlijden van Dana, voordat hij zijn geld krijgt.

Voor Christian is dat niet alleen vervelend, maar ook een risico. Als Dana het huis zou verkopen en de overwaarde verbrast of opmaakt, kan Christian fluiten naar zijn deel van de erfenis van zijn vader én moeder. De wet heeft het stiefkind willen beschermen tegen dit zogeheten “stieffamiliegevaar” door middel van de wilsrechten.

Wilsrechten

Op grond van de wet heb je als stiefkind zogenoemde ‘wilsrechten’. Dat houdt in dat je in sommige gevallen jouw niet opeisbare vordering (die je hebt vanwege de erfenis van je overleden vader/moeder) toch bij je stiefouder opeisen in de vorm van goederen. Zoals gezegd ontvang je jouw erfdeel dan wel in de vorm van goederen ter grootte van de hoogte van jouw vordering. In het geval van Christian kan hij dan bijvoorbeeld de helft van het eigendom van de woning krijgen (bloot eigendom), maar mag Dana daar wel nog in blijven wonen (vruchtgebruik). 

Je kunt op twee momenten je wilsrechten uitoefenen: zodra je ouder aangifte doet van zijn voornemen om te gaan hertrouwen (Alexander doet bij de gemeente melding van zijn voornemen om met Dana te gaan trouwen), of bij overlijden van de langstlevende ouder (Alexander). 

Een stiefouder kan jou ook vragen of je gebruik wil maken van je wilsrecht. Hij of zij kan je dan een redelijk termijn geven om te reageren. Als je binnen deze termijn niet reageert, dan is het daarna niet meer mogelijk om je wilsrechten uit te oefenen. 

Testament

In een testament kan worden afgeweken van wat er in de wet staat over de wettelijke verdeling en de wilsrechten. Zo kun je als ouder opnemen dat de niet-opeisbare vordering van je kinderen opeisbaar wordt zodra jouw echtgenoot hertrouwt in gemeenschap van goederen. Ook kunnen de wilsrechten geheel worden uitgesloten, ingeperkt of uitgebreid. 

In de praktijk leidt hertrouwen geregeld tot onrust binnen het gezin. Als erfrechtadvocaat kan ik u adviseren omtrent uw mogelijkheden om als (stief)kind uw erfdeel veilig te stellen, of kan ik u bijstaan in gerechtelijke procedures. Ons kantoor biedt ook mediation aan op het gebied van erfrecht. In dit laatste geval is het de insteek om met alle erfgenamen om tafel te gaan zitten en alsnog in onderling overleg tot een goede afwikkeling te komen. Heeft u vragen over erfrecht of bent u betrokken bij een erfrechtgeschil, neem dan contact met ons op via 0475 747238 of stuur ons een mail aan info@sbc-advocaten.nl 

 

Klik hier om naar deel 1 van deze blog te gaan.

Update: heb je toestemming van je ex-partner nodig om met je kind te verhuizen?

Je hebt een minderjarig kind met je ex-partner en wil met hem of haar gaan verhuizen. Bijvoorbeeld omdat je (weer) dichter in de buurt van je familie wilt gaan wonen, een nieuwe liefde hebt gevonden bij wie je wilt intrekken of je hebt gesolliciteerd op een baan die wat verder uit de buurt ligt. Maar kan dat zomaar? En wat als je ex-partner daar geen toestemming voor wil verlenen? 

De situatie kan zich natuurlijk ook andersom voordoen: je ex-partner geeft aan samen met jullie kind te willen verhuizen, waardoor de reisafstand tussen de beide huizen een stuk langer wordt. Jij ziet dat niet zitten, want dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor jou en jouw kind. Wellicht zal ook de zorgregeling moeten worden ingeperkt, als die regeling vanwege de lange afstand niet meer uitvoerbaar is. Maar je ex-partner geeft aan hoe dan ook te vertrekken. Welke opties heb je dan? 

Het is een situatie die we in onze praktijk met enige regelmaat tegenkomen, maar waar we vijf jaar geleden voor het laatst een blog aan wijdden (link). In de tussentijd is er veel veranderd, daarom is het tijd voor een update. 

 

Wanneer heb je toestemming nodig? 

Allereerst is het van belang of beide ouders gezag hebben over het meeverhuizende kind (gezamenlijk gezag) of dat één ouder alleen het gezag heeft (eenhoofdig gezag). 

Gezamenlijk gezag 

In de meeste gevallen zullen beide ouders het gezag hebben over het kind. Zijn ouders immers getrouwd geweest, dan wordt de man volgens de wet automatisch als vader gezien en krijgt deze  -samen met de moeder- het gezag. Wanneer er géén sprake is geweest van een huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan zal naast een erkenning ook het gezag aangevraagd moeten worden. De erkenning bij de gemeente en het gezag via de rechtbank. In de praktijk zien we gelukkig dat dit laatste in de meeste gevallen wel is gebeurd.

NB. Inmiddels is er ook een wetsvoorstel over het van rechtswege ontstaan van gezamenlijk gezag door erkenning goedgekeurd door de Eerste Kamer. Zodra dat in werking treedt, zal degene die het kind erkend heeft dus ook automatisch mede het gezag krijgen.

Hebben beide ouders het gezag, dan zal de ouder die met het kind wil verhuizen daarvoor éérst toestemming moeten vragen aan de andere ouder. Pas daarna zal hij of zij mogen vertrekken. In sommige gevallen staan hierover ook afspraken in het ouderschapsplan, bijvoorbeeld dat ouders pas bij een verhuizing buiten een bepaalde straal toestemming hoeven te vragen. Het is dus de moeite waard om eerst het ouderschapsplan na te lezen. 

Eenhoofdig gezag 

Heeft de verhuizende ouder alleen het gezag, dan ligt het iets gecompliceerder. Een ouder met eenhoofdig gezag mag namelijk in beginsel zelf en zonder toestemming belangrijke beslissingen over het kind nemen. Deze ouder heeft dus -in principe- ook de keuzevrijheid om het kind in een andere woonplaats op te voeden. Recentelijk is echter gebleken dat die keuzevrijheid beperkt is. De Hoge Raad heeft zich daarover bij arrest van 15 oktober 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1513) uitgelaten. In die casus was een moeder met haar kind verhuisd, toen zij alleen het gezag had.  

De Hoge Raad overwoog dat ook bij eenhoofdig gezag een grondslag bestaat om de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind te beperken indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen (art. 1:247 lid 3 BW). Namelijk is de rechter op grond van art. 8 EVRM in zodanig geval gehouden alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te nemen om de met het gezag belaste ouder ertoe te bewegen alsnog medewerking te verlenen aan omgang tussen het kind en de andere ouder. Een verbod aan de met het gezag belaste ouder om te verhuizen, dan wel een bevel aan deze om terug te verhuizen, kan een passende maatregel zijn. 

Oftewel, als de omgang met de niet met het gezag belaste ouder te zeer wordt ingeperkt, kan de rechter de verhuizende ouder verbieden om te verhuizen, dan wel verplichten om terug te verhuizen. 

 

Hoe krijg je toestemming? 

Uiteraard is het uitgangspunt dat je eerst met je ex-partner in gesprek gaat. Afhankelijk van de onderlinge relatie kan dat via een persoonlijk gesprek of schriftelijk. Je legt vervolgens uit dat je wilt verhuizen, waarom je wilt verhuizen, welke gevolgen dit zal hebben en hoe je eventuele aanpassingen wil vormgeven. De andere ouder kan daar dan mondeling (maar bij voorkeur schriftelijk) toestemming voor geven. 

Lukt het niet om afspraken te maken over de verhuizing, dan is het raadzaam om een advocaat in te schakelen die is gespecialiseerd in personen- en familierecht. We kunnen samen kijken naar jouw situatie kijken en je adviseren hoe dit aan te pakken. Zowel in het voortraject met je ex-partner dan wel in een eventuele procedure. 

 

Verzoekschrift bij de rechter 

In het uiterste geval kan de rechter worden gevraagd om (vervangende) toestemming te verlenen voor verhuizing. De beslissing van de rechter hangt af van alle specifieke omstandigheden van het geval, waarbij extra gewicht zal worden toegekend aan de belangen van het kind. Die staan altijd voorop.  

De rechter zal rekening houden met: 

  • De noodzaak om te verhuizen; 
  • De mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid; 
  • De door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de andere ouder te verzachten/compenseren; 
  • De mate waarin ouders in staat zijn tot communicatie en overleg; 
  • De rechten van de andere ouder en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving; 
  • De verdeling van de zorgtaken en of deze na de verhuizing kan worden gecontinueerd, althans de frequentie en het contact tussen de kinderen en de andere ouder voor en na de verhuizing; 
  • De mate waarin de kinderen zijn geworteld in hun omgeving, of juist gewend zijn aan verhuizingen;  
  • De leeftijd van de kinderen (vanaf 12 jaar mogen kinderen hun mening kenbaar maken);
  • De (extra) kosten van omgang na de verhuizing 
  • Het recht en belang van de ouder om te verhuizen en zijn/haar vrijheid om het leven opnieuw in te richten. 

 

Wat kun je doen als je ex-partner zonder toestemming verhuist? 

Is je ex-partner al zonder jouw toestemming verhuisd óf geeft hij/zij aan ondanks het ontbreken van de toestemming te gaan verhuizen, dan sta je niet met lege handen. Je kunt namelijk een kort geding-procedure starten bij de rechtbank om de verhuizende ouder te verbieden om te verhuizen of te bevelen terug te verhuizen. Eventueel kan een dwangsom (geldboete) worden opgelegd indien je ex-partner zich aan die uitspraak niet aan houdt. In het uiterste geval kan de rechtbank zelfs beslissen dat de kinderen voortaan bij de andere ouder gaan wonen. 

 

Contact 

Wil je verhuizen of gaat je ex-partner verhuizen en zou je eens willen sparren over de mogelijkheden en/of de slagingskans? Neem dan contact met ons op, wij adviseren u graag.  

Praktijk in Beeld: Kinder- en Partneralimentatie

Deze keer in praktijk in beeld, praat advocaat-mediator Ellen van Bree u bij over de fiscale gevolgen van kinder- en partneralimentatie.

Blog Silke Skrotzki

Partneralimentatie: welke verplichtingen heeft degene die partneralimentatie ontvangt?

Bij een echtscheiding of de ontbinding van een geregistreerd partnerschap bestaat de mogelijkheid om een bijdrage in het levensonderhoud (partneralimentatie) af te spreken of te laten vaststellen door de rechter. Vaak is dit een moeilijk onderwerp, met name omdat de alimentatieplichtige (betaler) bang is voor een jarenlange betalingsverplichting zonder dat van de alimentatiegerechtigde (ontvanger) iets verwacht wordt. In de rechtspraak zien we echter steeds vaker dat er van de alimentatiegerechtigde wel degelijk iets verwacht wordt, namelijk een eigen verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk in het eigen levensonderhoud te voorzien. In een recente uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 19 januari 2022 (ECLI:NL:GHDHA:2022:51, R.O. 5.8) wordt bijvoorbeeld overwogen dat het hoofdregel is dat iedereen na echtscheiding in het eigen levensonderhoud moet voorzien.

In deze blog beantwoord ik de volgende vragen:

  • Heeft de alimentatiegerechtigde (ontvanger) een sollicitatieplicht of verplichting om een (hoger) eigen inkomen te genereren?
  • Kun je als alimentatieplichtige (betaler) de partneralimentatie laten beëindigen als de alimentatiegerechtigde (ontvanger) te weinig inspanningen verricht om (meer) te gaan verdienen?

 

Behoefte

De eerste vraag die gesteld wordt bij de vaststelling van partneralimentatie is hoe hoog de behoefte aan partneralimentatie is. Dit is afhankelijk van de huwelijksgerelateerde welstand, dus hoeveel men gewend was om tijdens het huwelijk besteedbaar te hebben. De rekensom is simpel gesteld als volgt: er wordt berekend wat het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van het huwelijk was en aan de hand daarvan wordt berekend hoeveel beide partijen na de scheiding nodig hebben om dezelfde welstand te kunnen voortzetten. In de meeste gevallen middels de Hof-norm: 60% van het netto besteedbaar gezinsinkomen, is de behoefte na scheiding. De partij die in deze 60% niet zelf kan voorzien, kan van de ander een bijdrage vragen.

 

Behoeftig en verdiencapaciteit

Als deze berekening is gemaakt, komt de volgende vraag aan bod, namelijk of en in hoeverre de alimentatiegerechtigde behoeftig is. Behoeftigheid gaat om de vraag of de alimentatiegerechtigde daadwerkelijk partneralimentatie nodig heeft of dat hij/zij wellicht zelf een (hoger) inkomen kan genereren om daarmee in zijn/haar eigen levensonderhoud te voorzien. Het gaat hierbij om het inkomen dat de onderhoudsgerechtigde verdient of in redelijkheid zou kunnen verdienen, ook wel de ‘verdiencapaciteit’ genoemd.

In de eerder aangehaalde uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 19 januari 2022 wordt mooi verwoord wat behoeftigheid is:

Daaronder worden zowel de daadwerkelijke inkomsten als de in redelijkheid te verwerven inkomsten verstaan. Indien de vrouw geen inkomsten heeft, moet rekening worden gehouden met haar verdiencapaciteit. Daarbij zijn alle omstandigheden van belang, waaronder haar opleiding, haar werkervaring en de geboden tijd om werk te vinden. Zoals op de zitting bij het hof is besproken, is de hoofdregel dat na echtscheiding ieder in zijn of haar eigen levensonderhoud moet voorzien. Van een alimentatiegerechtigde mag dan ook worden verlangd dat hij of zij zich aantoonbaar inspant om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Indien de alimentatiegerechtigde over vermogen beschikt kan onder omstandigheden van de alimentatiegerechtigde verlangd worden dat degene zijn of haar vermogen geheel of gedeeltelijk aanwendt om in zijn/haar levensonderhoud te voorzien.”

Om te kunnen bepalen wat in juridische zin redelijk is, kijken we naar wat daarover in de rechtspraak allemaal overwogen is. Dus, hoe wordt er door rechters omgegaan met verdiencapaciteit en welke inspanningen wordt een alimentatiegerechtigde geacht te verrichten?

 

Inspanningsverplichting

In de wet is de inspanningsverplichting van een alimentatiegerechtigde opgenomen, namelijk wordt er in artikel 1:157 lid 1 BW gesproken over het toekennen van partneralimentatie ‘aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft, noch zich in redelijkheid kan verwerven.’

Wat een alimentatiegerechtigde in redelijkheid aan inkomen kan verwerven en of de alimentatiegerechtigde voldoende inspanningen heeft verricht om een (hoger) inkomen te genereren, wordt bepaald door de volgende omstandigheden:

  • In de eerste plaats is dit afhankelijk van de mate waarin iemand effectief heeft gesolliciteerd (solliciteren op passende functies, over lange periode en nabellen bij afwijzing).
  • Daarnaast wordt er gekeken of iemand iets heeft gedaan om zijn/haar kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren. Een voorbeeld van wat er wordt verstaan onder inspanningsverplichting in dit kader is terug te lezen in de uitspraak van 24 augustus 2021 van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2021:8158). Daarin werd geoordeeld dat de man die om partneralimentatie had gevraagd, niet had voldaan aan zijn inspanningsverplichting. Dit omdat hij geen sollicitatietraining had gevolgd, geen jobcoach had ingeschakeld of zich had gemeld bij een uitzendbureau dat gespecialiseerd is in oudere werknemers. Het verzoek werd afgewezen.

 

Termijn om kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren en passend werk te vinden

Als een echtgenoot/echtgenote al jarenlang niet werkzaam is geweest, is dat geen reden om geen enkele verdiencapaciteit aan diegene toe te kennen of niet uit te gaan van een bepaalde toekomstige verdiencapaciteit. Afhankelijk van opleidingsniveau en werkervaring in het verleden, kan het zijn dat aan een alimentatiegerechtigde een termijn wordt gegeven (bijvoorbeeld één of twee jaar) waarbinnen hij/zij minimaal een bepaald inkomen moet kunnen gaan vergaren. Er wordt dan voor die termijn wel partneralimentatie toegekend, zodat de alimentatiegerechtigde de tijd en mogelijkheid krijgt om een opleiding te volgen of om passend werk te vinden. Maar na die termijn wordt dan gerekend met een fictieve verdiencapaciteit bij de berekening van de behoefte aan partneralimentatie. Dit kan dan tot gevolg hebben dat er nog een stukje aanvullende behoefte resteert, maar daardoor wordt de partneralimentatie wel al lager. Of iemand wordt geacht een dermate hoog inkomen te kunnen genereren dat daarmee volledig in zijn/haar eigen levensonderhoud kan worden voorzien.

 

Eigen verantwoordelijkheid

De vragen die ik in de inleiding van deze blog stelde, kunnen dus beide positief beantwoord worden. Natuurlijk zijn er omstandigheden om rekening mee te houden (jonge kinderen, weinig recente werkervaring of opleidingen, etc.) en ex-echtgenoten hebben ook na een scheiding een zorgplicht naar elkaar toe. Maar de eigen verantwoordelijkheid om in het eigen levensonderhoud te voorzien staat steeds meer voorop. Partneralimentatie wordt steeds meer gezien als een tijdelijk vangnet.

Verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leven geeft kracht. In gesprekken met onze cliënten maken we dit bespreekbaar en kijken we wat er nodig is de komende jaren om toe te werken naar een situatie waarin ieder zijn eigen boontjes dopt. Uiteraard met oog voor de omstandigheden van ieder geval, want ook partneralimentatie blijft maatwerk; zowel in de hoogte van het bedrag als in de randvoorwaarden (denk onder andere aan een aangepaste termijn, een afbouwregeling, een niet-wijzigingsbeding met bepaalde voorwaarden).

 

Contact

Heeft u er behoefte aan om eens te sparren over de mogelijkheden wat betreft partneralimentatie? Dat kan zijn in een echtscheiding die nu aan de orde is, maar ook echtscheidingen die al langer geleden zijn uitgesproken en waarin nog een termijn van twaalf jaar geldt. Ook in die zaken kan kritisch gekeken worden naar de inspanningsverplichting van de alimentatiegerechtigde en de mogelijkheden om verandering te brengen in de bestaande situatie. Wij gaan graag met u in gesprek.

 

 

Erft een stiefkind van zijn stiefouder? (deel 1)

Waarom een testament noodzakelijk is bij een samengesteld gezin

Samengestelde gezinnen komen steeds vaker voor. Gescheiden ouders die al kinderen hebben en opnieuw in het huwelijk treden, zien we steeds vaker. Vaak krijgen ze ook samen nog een kind. In zo’n samengesteld gezin kun je binnen 1 gezin te maken krijgen met volle broers, stiefbroers en halfbroers (of zussen). Een dergelijke gezinssituatie kan op het gebied van erfrecht ingewikkeld worden. Het is dan ook belangrijk dat u tijdig nadenkt over de manier waarop u wenst dat de erfenis wordt verdeeld, en tijdig naar de notaris gaat voor advies. 

In de komende blogs geef ik een aantal praktijkvoorbeelden van situaties die betrekking hebben op stiefkinderen. In deze blog behandelen we de situatie waarbij twee alleenstaande ouders (beiden weduwe/weduwnaar) met hun beider kinderen een samengesteld gezin vormen. 

Casus: 

Bart treedt in het huwelijk met Simone. Ze zijn beide op jonge leeftijd in hun vorige relatie hun partner verloren. Bart heeft twee jonge kinderen Bas en Sam. Simone is moeder van dochter Sanne. Op het moment dat Bart en Simone trouwen, is het oudste kind nog geen 5 jaar oud. De kinderen zijn nog erg jong en groeien op in een liefdevol gezin. Ze hebben een hechte band met elkaar. Ze beschouwen de stiefouder als hun eigen ouder. Hetzelfde geldt voor hun stiefbroers/zus. 

Bart en Simone bouwen samen een nieuw leven op. De wens van Bart en Simone is, dat als zij komen te overlijden, hun vermogen over hun 3 kinderen (gelijk) verdeeld zal worden. 

Testament 

Op basis van de wet erft een stiefkind niet van een stiefouder. Als Simone en Bart geen testament hebben, dan wordt de erfenis dus niet gelijk over de drie kinderen verdeeld. Het is dan ook verstandig dat Bart en Simone een testament laten opmaken. In dit testament kunnen ze laten opnemen dat de stiefkinderen ook als erfgenaam worden benoemd. In dat geval krijgen alle drie de kinderen, in beginsel, een gelijk erfdeel. 

Let op: Het is in bovenstaande situatie ook nog belangrijk om te weten of de ouder die al op jonge leeftijd is overleden een testament had en wat daarin is opgenomen. De overleden man van Simone had geen testament. De overleden vrouw van Bart had wel een testament met een zogenaamde renteclausule. Wat houdt dit in? 

Op het moment dat Bart weduwnaar werd was hij samen met zijn twee kinderen erfgenaam van hun overleden partner/moeder. In het testament is opgenomen dat de kinderen hun erfdeel van moeder pas kunnen opeisen op het moment dat hun vader Bart komt te overlijden. De kinderen kregen daardoor een vordering op hun vader ter hoogte van hun erfdeel. Doordat er een rentepercentage van 6% in het testament was opgenomen, wordt de vordering die de kinderen op hun vader hebben steeds groter. Dit kan in veel gevallen ertoe leiden dat de kinderen minder erfbelasting verschuldigd zijn. In de hiervoor omschreven casus had dit echter grote (nadelige) gevolgen.  

  • Op het moment dat Simone komt te overlijden zijn er vier erfgenamen (Bart en de drie kinderen) die alle vier recht hebben op een gelijk deel van de erfenis van Simone. Simone heeft immers ook de twee kinderen van Bart tot haar erfgenamen benoemd. Het erfdeel van de drie kinderen is pas opeisbaar als Bart komt te overlijden. 
  • Als Bart vervolgens komt te overlijden dan dient de nalatenschap verdeeld te worden. De kinderen van Bart hebben op dat moment een hoge vordering op hun vader als gevolg van het overlijden van hun biologische moeder. 
  • Deze vordering is door de 6% rente na al die jaren enorm toegenomen. Dit heeft tot gevolg dat de kinderen van Bart eerst deze hoge schuld betaald dienen te krijgen en vervolgens het restant van de nalatenschap van Bart en Simone door 3 gedeeld wordt.  
  • De biologische dochter van Simone erft hierdoor veel minder dan haar twee stiefbroers. 

Conclusie: er is geen sprake van een gelijke verdeling over de drie kinderen, zoals Simone en Bart wel wensten, 

Gelukkig zijn Simone en Bart hier op tijd achter gekomen omdat ze tijdig naar een notaris zijn gegaan. 

Hoe is dit opgelost? 

Bart en Simone hebben de situatie bespreekbaar gemaakt met hun drie (inmiddels) volwassen kinderen. Zij waren het er allemaal over eens dat de erfenis gelijk verdeeld diende te worden. De kinderen van Bart zijn dan ook bereid geweest om afstand te doen van de hoge vordering op hun vader. Dit is vervolgens vastgelegd bij de notaris. 

Communiceer met elkaar en ga op tijd naar de notaris 

Er zijn echter veel situaties waarbij ouders er niet op tijd achter komen dat hun nalatenschap niet zo geregeld is als ze gedacht hadden. Ons advies is dan ook om, in het geval van samengestelde gezinnen, altijd naar de notaris te gaan voor advies. Ook als de gezinssituatie veranderd is het vaak belangrijk om te beoordelen of bestaand testament niet gewijzigd dient te worden.  

Heeft u vragen over erfrecht of bent u betrokken bij een erfrechtgeschil, neem dan contact met ons op. Wij kunnen u als advocaat bij staan, maar wij bieden ook mediation aan op het gebied van erfrecht. In dit laatste geval is het de insteek om met alle erfgename om tafel te gaan zitten en alsnog in onderling overleg tot een goede afwikkeling te komen. 

 

Klik hier om naar deel 2 van deze blog te gaan.

Proceskosten binnen het familierecht

U hebt een geschil met uw ex-partner en het lukt maar niet om samen tot afspraken te komen. Soms ontkomt u er niet aan om in dat geval een procedure op te starten. Een procedure opstarten kost geld, maar in een procedure betrokken worden kost ook geld. Voor wiens rekening komen deze kosten in familiezaken?

Procederen binnen het familierecht kan doorgaans niet zonder advocaat. Dit betekent dat u hoe dan ook kosten voor rechtsbijstand moet maken, in de vorm van honorarium (salaris van de advocaat). Daarnaast zult u in veel voorkomende gevallen griffierechten moeten betalen aan de rechtbank én moet er in sommige gevallen een deurwaarder worden ingeschakeld. Ook deze kosten zijn voor uw rekening.

De kosten van een procedure kunnen dus aardig oplopen. Ik krijg dan ook vaak de vraag of deze proceskosten verhaald kunnen worden op de wederpartij.

 

Proceskostenveroordeling algemeen

Binnen de meeste rechtsgebieden geldt als hoofdregel dat ‘de verliezer’ betaalt. Dat houdt in dat degene die (grotendeels) door de rechter in het ongelijk wordt gesteld, niet alleen zijn eigen proceskosten moet betalen maar óók de proceskosten van de andere partij. Binnen het familierecht ligt dat anders.

 

Proceskostenveroordeling in het familierecht

In het familierecht geldt als hoofdregel dat ieder zijn/haar eigen proceskosten betaalt, ongeacht wiens verzoek er wordt toegewezen. Dat geldt in procedures tussen (ex-)echtgenoten, geregistreerde partners of andere levensgezellen en familie. Dus óók als u de procedure wint, zijn alle gemaakte kosten voor uw eigen rekening. Uw ex-partner zal ook zijn/haar eigen kosten moeten betalen. De rechter noemt dat ook wel het ‘compenseren van de proceskosten’.

Hoofdregel compensatie proceskosten
Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch heeft in 2012 (link) vrij helder uitgelegd waarom in het familierecht normaliter niet tot proceskostenveroordeling wordt overgegaan en dus de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd. Het komt er kortgezegd op neer dat procedures tussen ex-partners vaak samenhangen met persoonlijke en interrelationele moeilijkheden. Er spelen bij familierechtelijke procedures niet alleen juridische argumenten, maar ook emotionele belangen. Dat de ene partij ‘in het gelijk’ wordt gesteld betekent in het familierecht niet automatisch dat de andere partij ‘ongelijk’ heeft. Het gaat in veel zaken om een afweging van belangen. Het is dan niet redelijk dat de partij die in het ongelijk gesteld wordt alle proceskosten van de ander moet betalen.

Bovendien zullen de procespartijen in veel gevallen na de procedure nog samen door moeten, bijvoorbeeld als ouders van hun gezamenlijke kinderen. De rechter wil in zulke gevallen voorkomen dat de verhoudingen (nog meer) op scherp komen te staan. De hoofdregel is dus: ieder draagt zijn eigen proceskosten.

Uitzondering
Maar, iedere hoofdregel kent een uitzondering. Ook in familiezaken komt het –bij uitzondering– voor dat de ene partij de proceskosten van de andere partij  moet betalen. De rechter zal dat niet uit zichzelf doen, dus een proceskostenveroordeling moet wel expliciet aan de rechter worden gevraagd. Daarbij zal goed moeten worden onderbouwd waarom er sprake is van dusdanige bijzondere omstandigheden dat het onredelijk zou zijn dat beide partijen zijn/haar eigen proceskosten betalen.

Zoals het gerechtshof het omschreef zal er bijvoorbeeld ‘zeer evident sprake moeten zijn van het nodeloos in rechte betrekken van de wederpartij’. Ofwel, het was compleet onnodig om de procedure op te starten en het had overduidelijk moeten zijn voor degene die de procedure opstartte dat het verzoek geen kans van slagen had.

Ook de (proces)houding van een partij kan een reden zijn voor de rechter om diegene in de proceskosten van de ander te veroordelen.

 In mijn praktijk merk ik dat rechters steeds vaker geneigd zijn om een partij in de proceskosten te veroordelen, wanneer de situatie daarom vraagt.

 

Welke kosten worden vergoed

Wanneer de rechter ervoor kiest om één van de partijen in de proceskosten te veroordelen, zijn er met betrekking tot de advocaatkosten twee opties. Ofwel de werkelijke advocaatkosten worden vergoed, hetgeen betekent dat de feitelijk gemaakte kosten door de andere partij moeten worden vergoed. De tweede optie is dat de advocaatkosten worden vastgesteld op basis van het liquidatietarief.

In de praktijk sluiten rechters –zeker in het familierecht– eigenlijk altijd aan bij het liquidatietarief. Dit betekent dat het salaris van de advocaat wordt vastgesteld aan de hand van een gefixeerd bedrag. Dat tarief is doorgaans veel lager dan de kosten die u daadwerkelijk aan de advocaat hebt betaald. Dat houdt in dat u alsnog een gedeelte van de advocaatkosten zelf moet betalen. Het griffierecht en de eventuele kosten van de deurwaarder komen –in geval van een proceskostenveroordeling– vaak wel voor rekening van de andere partij.

 

Conclusie

In het familierecht is nog altijd de hoofdregel dat proceskosten worden gecompenseerd en dat de dus alle kosten voor ieders eigen rekening komen. Slechts in bijzondere gevallen kan de rechter daarvan afwijken.

 

Bent u betrokken bij een familie- of erfrechtkwestie en vraagt u zich af met welke kosten u rekening dient te houden, maar ook of deze op de ander verhaalt kunnen worden? Of heeft u een andere vraag met betrekking tot een familie- of erfrechtkwestie, dan kunt u contact opnemen voor advies.

Wij zijn bereikbaar op 0475-747 238 of via info@sbc-advocaten.nl.

Praktijk in Beeld: Dag van de Erfenis

Op 12 november 2021 is het de dag van de Erfenis. Familie- en Erfrechtadvocaat Nicole Cremers geeft u een klein inkijkje in het erfrecht.

Blog Silke Skrotzki

Waarom zou je kiezen voor mediation en hoe ziet een mediationtraject eruit?

Van 1 tot en met 5 november 2021, is het de Week van de Mediation. Daarmee wordt aandacht gevraagd voor mediation als middel voor conflictoplossing en om samen tot afspraken te komen.

De laatste jaren is het steeds normaler geworden voor stellen die uit elkaar gaan, om mediation in te zetten. Maar, waarom zou je kiezen voor mediation en hoe ziet een mediationtraject eruit?

Als jullie hebben besloten uit elkaar te gaan, maar ook als er een ander probleem speelt dat te maken heeft met de scheiding, bijvoorbeeld als discussie ontstaat over een lopende zorgregeling of de kosten van de kinderen, kan dit via mediation worden opgelost.

Je kiest voor mediation als je graag samen wil kijken of je tot afspraken kunt komen. Binnen mediation is er ruimte om te onderzoeken wat écht belangrijk is voor jullie en met welke afspraken jullie straks -na de echtscheiding- jullie nieuwe leven weer allebei goed kunnen oppakken. Met name bij familiezaken is het heel belangrijk dat ook na afloop van de mediation het onderlinge contact goed blijft. Vaak zijn er immers kinderen in het spel en die verdienen het dat hun ouders op een prettige manier met elkaar blijven omgaan.

Binnen mediation is er vaak meer mogelijk dan bij een rechter; je kunt namelijk voor een groot gedeelte zelf bepalen hoe je de verschillende onderdelen van de scheiding geregeld wil hebben, uiteraard binnen de juridische en fiscale kaders.

Zodra helder is wat jullie willen afspreken, maak ik een ouderschapsplan en een echtscheidingsconvenant. Het verschil tussen deze twee is, dat er in een ouderschapsplan alleen zaken rondom de kinderen worden opgenomen (zoals de zorgregeling en de kosten van de kinderen) en in het echtscheidingsconvenant alleen zaken die jullie zelf betreft (zoals afspraken over partneralimentatie, de woning, al het te verdelen vermogen, hoe de fiscale zaken afgehandeld worden en wat er met het pensioen gaat gebeuren).

Zodra die beide documenten getekend zijn, kan de zaak worden afgehandeld. In geval van een echtscheiding betekent dit dat er een verzoek tot echtscheiding gedaan wordt bij de rechtbank.

Wat zijn nou de voordelen van mediation? Na mediation is de kans op een goede communicatie na afloop van de scheiding groter dan wanneer je ieder een eigen advocaat hebt ingeschakeld, want bij mediation ben je samen in overleg tot afspraken gekomen en die heb je ook nog eens helemaal passend gemaakt voor jullie situatie.

Daarnaast is mediation is vaak sneller dan het voeren van een procedure met ieder een eigen advocaat; jullie zijn bij de mediation immers degenen die het tempo bepalen en er hoeft geen rekening gehouden te worden met allerlei procesrechtelijke termijnen.

En tot slot is mediation vaak goedkoper; de kosten van de mediator deel je immers samen.

Omdat ik advocaat-mediator ben, neem ik mijn hele kennis en ervaring mee in de mediation. Dit is een grote meerwaarde, want dan weet je dat de echtscheiding ook echt goed geregeld is en je achteraf niet voor verrassingen komt te staan. En ik kan, omdat ik ook advocaat ben, voor jullie het echtscheidingsverzoek indienen bij de rechtbank. Daardoor kunnen jullie het hele traject bij één persoon doorlopen.

Mediation is dus een prima middel om samen de echtscheiding te regelen en het heeft een aantal voordelen ten opzichte van ieder een eigen advocaat inschakelen. Het is echter geen wondermiddel. Sommige cliënten denken dat er óf via mediation gescheiden moet worden óf dat je een vechtscheiding aan de hand hebt. Zo is het natuurlijk niet. Niet iedere echtscheiding is voor mediation geschikt, dus soms zul je wel ieder naar een eigen advocaat moeten gaan om beweging te krijgen in het proces. Bedenk daarbij dat de meeste familierechtadvocaten er zich van bewust dat zij ook een taak hebben in het de-escaleren van een situatie en dat er ook -met ieder een eigen advocaat aan je zijde- ruimte is voor overleg.

Mocht je in een situatie zitten waarbij jullie hebben besloten uit elkaar te gaan en dit graag samen aan tafel willen regelen, bij een deskundige mediator? Of mocht je nog vragen hebben, neem dan contact met ons op.